Zoetstoffen

Zoetstoffen

Light frisdranken bevatten minder kcal, maar zijn wel even zoet. Zoals jullie waarschijnlijk wel weten komt dit door de zoetstoffen die eraan toe worden gevoegd. Maar zoetstoffen zijn toch slecht? Althans dat is wat de meeste mensen denken. Toch consumeert 55% van de bevolking wekelijks minimaal één keer een lightproduct. Maar liefst 31% van de bevolking doet dit elke dag.

Overgewicht

De mens heeft een natuurlijke voorkeur voor zoete producten. Iedereen houdt van een heerlijke zoete smaak. Zoete voedingsmiddelen bevatten vaak behoorlijk veel kcal. Niet echt handig in een maatschappij waarin overgewicht een groot probleem is. De mens neemt steeds meer energie tot zich, voornamelijk door het grote en ruime aanbod van lekkere voedingsmiddelen. Hierbij zijn wij minder gaan bewegen. Het is bewezen dat suikers een groot aandeel hebben in het aantal mensen dat nu overgewicht heeft. Zoetstoffen komen dus als geroepen.

Waar komt zoetstof in voor?

Het meest voornaamste voorbeeld is frisdrank. Daarnaast komen zoetstoffen ook voor in:

  • Verschillende alcoholische dranken en gefermenteerde melkdranken;
  • Suikervrij snoep, chocolade en kauwgom;
  • Suikervrij ijs, desserts en suikervrije bakkerijproducten;
  • Jam en vruchtenmoes met verlaagd suikergehalte of geen toegevoegd suiker;
  • Tafelzoetstof (tablet, poeder of vloeibaar)

De E-nummers

Producenten voegen zoetstoffen toe om hun producten zoeter te maken zonder dat er extra kcal bijkomen. Zoetstoffen kan jij ook zelf in de winkel kopen in de vorm van een poeder, een oplossing of als zoetjes. De zoetstoffen hebben allemaal een apart E-nummer gekregen, deze E-nummers staan op het etiket tussen de ingrediënten. Hieronder staat een lijst van een aantal zoetstoffen met zijn E-nummer.

Polyol (extensieve zoetstof)
Sorbitol E 420
Mannitol E 421
Isomalt E 953
Polyglycitol E 964
Maltitol E 965
Lactitol E 966
Xylitol E 967
Erythritol E 969

 

Intensieve zoetstof
Acesulfaan – K E 950
Aspartaam E 951
Cylcymaat E 952
Sacharine E 954
Sucralose E 955
Thaumatine E 957
Neohesperidine – DC E 959
Steviol glycoside (stevia) E 960
Neotaam E 961
Aspartaam – acesulfaamzout E 962

(Bron: Het Voedingscentrum)

Voor alle hierboven genoemde zoetstoffen is een (ADI) opgesteld. De ADI staat voor de aanvaardbare dagelijkse inname. Het innemen van deze hoeveelheid van een bepaalde stof is niet gevaarlijk. Bij een normaal voedingspatroon zal je niet boven de ADI uitkomen. Polyolen (= extensieve zoetstoffen) kunnen bij een hoge inname winderigheid en diarree veroorzaken.

Soorten zoetstof

Er bestaan twee soorten zoetstoffen, de polyolen en de intensieve zoetstoffen. Een andere naam voor polyolen is extensieve zoetstoffen. Het verschil tussen deze twee is vrij simpel. Polyolen zijn minder of even zoet als suiker. De smaak hiervan lijkt erg op suiker, een bijkomend voordeel is dat zij geen bijsmaak hebben. Een aantal van deze extensieve zoetstoffen leveren wel kcal, maar twee keer zo weinig dan gewoon suiker. Intensieve zoetstoffen zijn ongeveer 50 tot 3000 keer zoeter dan suiker en leveren nauwelijks tot geen kcal. Op thaumatine en stevia na, zijn alle hierboven genoemde intensieve zoetstoffen synthetisch (bewerkt) gemaakt.

Sacharine

Sacharine is een door de EU veilig bevonden zoetstof. Sacharine is de eerste synthetische zoetstof die werd gebruikt. Deze zoetstof werd al in 1879 ontdekt en voornamelijk gebruikt door diabetici. Sacharine is een zoetstof die ongeveer 300 tot 500 keer zo zoet is als gewone suiker en wordt door de nieren volledig uitgescheiden, daarom bevat het geen kcal.

Sacharine is net zoals de andere zoetstoffen enorm vaak onderzocht om te testen of het wel veilig genoeg is om te consumeren. In de jaren 70 is er een tijdje ophef geweest over sacharine door een studie dat op ratten was uitgevoerd. Dit bleek echter bij mensen niet hetzelfde te werken. De ADI (= aanvaardbare dagelijkse inname) van sacharine ligt op de 5 milligram per kilo lichaamsgewicht per dag volgens de Scientific Committee on Food van de Europese Unie.

Sacharine wordt o.a. gebruikt in tafelzoetjes, verschillende soorten dranken, desserts, snoep, chocolade, gebak, sauzen en kauwgom. Niet alle zoetstoffen kunnen tegen verhitting. Sacharine kan zowel tegen verhitting als tegen invriezen, en is tevens lang houdbaar. Sacharine heeft een bittere nasmaak, dit kan je verminderen door het te combineren met andere zoetstoffen.

Cyclamaat

Cyclamaat is een stuk minder zoet dan sacharose, de zoetkracht is namelijk maar 30-50 keer groter dan die van suiker. Cyclamaat is ontdekt in 1937 en wordt voor een groot deel uitgescheiden via de nieren. Hierdoor bevat cyclamaat een minimaal aantal kcal.

Bij sommige mensen, ongeveer 10%, wordt cyclamaat door de darmbacteriën omgezet tot cyclohexilamine. Het verschilt per persoon hoeveel van deze stof in het lichaam wordt opgenomen. Cyclamaat is waarschijnlijk niet schadelijk voor de gezondheid, cyclohexilamine kan dit wel zijn. De ADI is daarom gebaseerd op de mensen die cyclamaat om kunnen zetten in cyclohexilamine en hiervan iets opnemen. Voor de meeste mensen zal het overschrijden van de ADI dus niet voor problemen zorgen. Om er zeker van te zijn dat het bij niemand tot problemen leidt is de ADI door de SCF vastgesteld op 7 mg/kg lichaamsgewicht per dag. Cyclamaat is ondertussen in ruim 50 landen goedgekeurd.

Volgens het Voedingscentrum mogen (jonge) kinderen niet te veel producten consumeren die cyclamaat bevatten, deze aanbeveling is echter in februari 2014 teruggetrokken. Door de aanpassingen op de regelgeving krijgen kinderen al een stuk minder cyclamaat binnen.

Cyclamaat komt o.a. voor in dranken, ontbijtgranen, koek, desserts, chocolade, sauzen en zoetjes.

Net zoals de meeste zoetstoffen heeft cyclamaat bij een hoge concentratie ook een bittere nasmaak. Combineer het daarom met een andere zoetstof. Cyclamaat is bestand tegen hoge en lage temperaturen.

Aspartaam

Aspartaam is waarschijnlijk de bekendste zoetstof, toch is aspartaam vrij recent ontdekt. Aspartaam is namelijk in 1965 ontdekt, het is ongeveer 200 keer zo zoet als suiker. Aspartaam bevat weinig kcal. Een mestpuntje bevat ongeveer 0,1 kcal.

Aspartaam zal volgens de verhalen slecht zijn en kanker veroorzaken. Klopt dit of is het de media die het overdrijft? Aspartaam is een methylester van twee aminozuren, namelijk 40% asparaginezuur en 50% fenylalanine. Deze twee aminozuren behoren tot de groep van 20 aminozuren waaruit menselijke en dierlijke eiwitten zijn opgebouwd. Tot zo ver klinkt het dus niet slecht, ondanks dat het een synthetische stof is.

Bij de splitsing van aspartaam komt methanol vrij, dit is de 10% die overblijft. Methanol is een zeer giftige stof die voor blindheid kan zorgen, bij een inname van 25 gram kan zelfs de dood volgen. Gelukkig kan het lichaam omgaan met kleine hoeveelheden methanol. Per dag mag je maximaal 2 gram methanol consumeren. Uit 1 liter frisdrank komt 55 milligram methanol vrij. Als jij 36 liter frisdrank drinkt, dan kom jij op de 2 gram methanol uit. Methanol krijg je ook door middel van andere voedingsmiddelen binnen. Methanol is dus niet het probleem, maar wat dan wel?

Aspartaam zal toch kanker kunnen veroorzaken? Uit onderzoek blijkt dat aspartaam in normale hoeveelheden, dus onder de ADI, geen verhoogde kans op kanker of andere ziekten geeft.(Aspartame, low-calorie sweeteners and disease: regulatory safety and epidemiological issues. Marinovich M, Galli CL, Bosetti C, Gallus S, La Vecchia C. Food Chem Toxicol. 2013 Oct;60:109-15. doi: 10.1016/j.fct.2013.07.040)

(Behnen, E. M. T., Ferguson, M. C., & Carlson, A. (2013). Do Sugar Substitutes Have Any Impact on Glycemic Control in Patients with Diabetes?. Journal of Pharmacy Technology, 29(2), 61-65).

Dit onderzoek was gesponsord door de Italian Association for Cancer Research, gepubliceerd in 2013.

Er zijn meerdere onderzoeken gedaan die tot deze conclusie zijn gekomen. Zelfs de FDA, ’s werelds leider op het gebied van voedselveiligheid heeft groen licht gegeven voor aspartaam.

Waarom denken wij dan dat het slecht is? Waarschijnlijk door de media. De media vindt dat ene onderzoek veel interessanter waarin aspartaam slecht uit de bus komt dan die 30 andere waarin aspartaam wel goed uit de bus komt. Het is gebleken dat mensen die veel nieuws lezen en luisteren, een vertekend beeld hebben van veel onderwerpen. Zij horen wat het nieuws hun verteld, maar gaan er vervolgens niet verder op in. De conclusie? Aspartaam is wereldwijd in meer dan 6000 producten verwerkt. Niemand komt boven de ADI van aspartaam uit. Je hoeft er dus niet bang voor te zijn.

Aspartaam hoopt niet op in het lichaam en verlaat het lichaam snel.

Mensen die leiden aan PKU (= erfelijke en aangeboren stofwisselingsziekte) moeten opletten met aspartaam. Deze mensen kunnen het aminozuur fenylalanine niet goed omzetten.

In Europa is de ADI vastgesteld op 40 milligram per kilogram lichaamsgewicht. Aspartaam wordt o.a. verwerkt in frisdranken, desserts, jam, tafelzoetjes, kristalpoeder, gebakvullingen en kauwgom.

Aspartaam lost moeilijk op, maar door de grote zoetkracht heb je weinig nodig. Aspartaam verliest naar verloop van tijd zijn zoetkracht.

Stevia

Steviol glycosiden, ook wel stevia genoemd, is misschien wel de oudste bestaande intensieve zoetstof. In Zuid Amerika wordt stevia al eeuwenlang gebruikt. Stevia wordt gewonnen uit een plant en is ongeveer 200 tot 300 keer zo zoet als suiker. Omdat het gewonnen wordt uit een plant is dit geen synthetische zoetstof.

De bladeren van de steviaplant worden verwerkt in heet water, hierdoor ontstaat er een oplossing. Deze oplossing wordt gezuiverd en gedroogd totdat er stevia kristallen overblijven. Stevia levert geen kcal. Stevia wordt in het lichaam omgezet en een klein gedeelte hiervan wordt opgenomen en verlaat via de urine het lichaam. Het andere deel verlaat het lichaam direct via de feces. Niet iedereen is overtuigd van aspartaam, er zijn mensen die meer waarde hechten aan stevia, omdat dat plantaardig is. Kan stevia gebruikt worden in plaats van aspartaam? Het antwoord hierop is ja en nee.

Stevia zal de smaak van bijvoorbeeld een light frisdrank kunnen veranderen, omdat het een soort dropachtige nasmaak heeft. Deze nasmaak kan het product negatief beïnvloeden. Stevia kan wel ongeveer 1/3 van de suikers vervangen zonder een bijsmaak te geven. Stevia zal niet alle suikers kunnen vervangen. Men denkt meestal dat een lightproduct bijna of helemaal geen kcal meer bevat. Door 30% in suiker te minderen bevat frisdrank evengoed nog redelijk veel kcal. Daarom zullen fabrikanten niet voor stevia kiezen.

Stevia is in Europa pas geleden goedgekeurd. In 2010 is het door de European Food Safety Authoriy (EFSA) beoordeeld en veilig bevonden. Vervolgens is er een voorstel ingediend om het in Europa ook goed te keuren, dat gebeurde op 2 december 2011. Op basis van het advies van de EFSA is de ADI van stevia vastgesteld op 4 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag. In de USA, Australië en New Zeeland is stevia in 2008 al toegestaan, in Zuid Amerikaanse landen zoals Brazilië was het al toegestaan. Het werd daar namelijk ook al lang gebruikt. Van stevia wordt o.a. poeder gemaakt, deze kan je bijvoorbeeld gebruiken als tafelsuiker. Producten waarin stevia is toegevoegd bevatten ook vaak iets van suiker om de bittere smaak van stevia weg te nemen.

Stevia blijft stabiel bij verhitting en kan prima gebruikt worden in een pH tussen de 3 en 9.

Conclusie

Alle zoetstoffen die wij in dit artikel hebben benoemd zijn goedgekeurd. Dat is eigenlijk vrij logisch, want als deze zoetstoffen niet goedgekeurd waren dan hadden zij nooit in producten verwerkt mogen worden. Voor alle zoetstoffen is de ADI bepaald, met een normaal voedingspatroon kom je hier bij lange na niet in de buurt. Daarnaast verlaten zoetstoffen snel het lichaam en hopen ze niet in het lichaam op. Producten waarin zoetstof is verwerkt bevatten minder kcal. Het kan dus zeker helpen bij het afvallen. Neem geen grotere hoeveelheden, omdat het een lightproduct is, want dan kan je uiteindelijk evengoed aan evenveel of zelfs meer kcal komen.

Lees hier alles over gemakvoedsel

Over de schrijver
Reactie plaatsen